Bij ons thuis, september 2026.
We zijn onderweg! Ik lees het appje van Kim en een gevoel van enthousiasme gaat door me heen. En een trilling van zenuwen, heel zacht. Ze komen eraan. Mijn dochter en kleindochter Soof.
Ik pak de stofzuiger nog even zodat ze straks op haar blote voetjes door het huis kan bonjouren. Ondertussen tikt de tijd weg. Anderhalf uur is om en ik begin rond te drentelen. Van het raam aan de straat naar het keukenraam. Dan draaien ze het pad op. Ik hoor een knisperend geluid onder de autobanden, de afgevallen beukennootjes op het pad. Ze zijn er. Zal ze weer gegroeid zijn?
Peter komt ook aangelopen vanuit de werkplaats. Samen doen we de achterdeur open. Kim stapt uit en zucht. Hoi mam, er was weer eens file, zegt ze, en ze rolt met haar ogen. Ze strekt haar armen naar me uit en kust me drie keer. Altijd drie keer. We knuffelen even en dan gaat ze naar Peter. Ik wacht af. En Soof ook.
Dan loopt Kim naar de auto en maakt de achterdeur open en Soof komt eruit. Ik zit inmiddels op mijn hurken en kijk naar haar. Armen wijd gespreid. Ze kijkt me aan, haar lippen op elkaar geperst, en kijkt omhoog, zoekend naar haar moeders ogen. Mijn armen blijven open, ik houd mijn adem in en wacht. Ik weet dat het komt. Die ene seconde duurt een uur. Kim knikt en zegt ga maar.
Dan kijkt ze weer en ik zie de herkenning in haar ogen. Ze komt naar me toe en we knuffelen. Zoals altijd fluister ik zacht in haar oor dat ik blij ben dat ze er is. Dat ik haar gemist heb en dat ik van haar hou. Een kus op haar haren.
Ze kijkt me aan en lacht.
Wil je meer van deze kleine momenten? Elke maand schrijf ik je mijn liefdesbrief, van hart tot hart. Over de moestuin, de vrouwen die ik spreek, en het leven zoals het komt. Schrijf je in, dan lees je alles als eerste.
