Dark retraite ervaring: loslaten in het donker

Daar ging ik weer, mijn zoveelste retraite. Ik krijg wel eens de vraag waarom ik dat doe. Of ik op zoek ben naar iets. Of ik ontevreden ben misschien. Maar dat is het niet. Ik zoek niet meer. Heb ik zeker wel gedaan afgelopen jaren maar op dit punt is dat niet meer zo.

Ik ga om te verdiepen. Om mezelf te leren kennen op een dieper niveau. Dat kan thuis ook maar zoals bij iedereen, thuis is het dagelijkse leven dat vraagt je aandacht. Dat is prima maar om echt een paar dagen te zijn met mezelf zoek ik retraites op.

Dark retraite

Deze keer een dark retraite van 4 nachten en bijna 5 dagen. Ik had thuis al eens een dark retraite gedaan. Gewoon op mijn logeerkamer. Alles geblindeerd, eten voorbereid. Overlegd met Peter en Teun. Peter heeft mij toen verzorgd, de schat. Dat was een weekend en ook heel intens. Veel gemediteerd en mooie inzichten gehad. Toch is thuis anders. Anders dan in een bos ergens in België. Helemaal alleen.

Ik was de enige op het hele terrein. Geen andere gasten. Mijn care keeper was ziek, ernstig ziek. Ze heeft ervoor gezorgd dat er iemand anders voor me was. Een lieve vrouw, ouder dan ik.

Bij aankomst werd duidelijk dat ik heel erg terug zou gaan naar basic. Er was geen stromend water, geen verwarming in de kamer en ja het was ook niet zo gelikt en schoon. Ik had gelukkig mijn eigen beddengoed bij me. Peter ging even naar het toilet waar ik in het donker gebruik van zou maken. Hij kwam terug en zei: Kom mee naar huis, je hoeft dit niet te doen. Ah, dat heeft hij nog nooit gezegd. Ik zag dat hij zich zorgen maakte.

Maar ik was overtuigd. Ik ging dit doen. Met mijn meest overtuigende lach verzekerde ik hem ervan dat het goed was en zou komen. Ik beloofde hem als ik mij bedacht ik gelijk zou bellen.

Peter ging weg en ik installeerde mij in de kamer. Een bed, een tafel en stoel. Op de tafel twee flessen water en een teiltje. Kon ik gelukkig wel mijn tanden poetsen. De wc lag buiten de kamer dus ik moest de route op de tast gaan lopen. Gelukkig kon ik via een muur de weg vinden.

En toen ging het licht uit.

De wereld van geluid

Onwennig bracht ik het eerste uur door. Ik mediteerde wat en werd al snel slaperig. In het pikkedonker maakt je pijnappelklier extra melatonine aan. Ik sliep denk ik zeker 10 uur aan een stuk, maar het kan ook korter of langer zijn geweest. Tijd bestaat niet meer in het donker.

Alleen de vogels vertelden me hoe laat het was. Overdag zongen ze, ’s nachts werden ze stil. Dat was mijn enige klok. Op een nacht hoorde ik een duif, of een ander dier, snurken vlakbij. En geluiden van pootjes op de grond. Of het muizen waren, of iets groters, ik weet het niet. Maar ik was er niet alleen. Dat voelde ik.

Overgave in het donker

Het meest spannende van de hele retraite was de nachtelijke wc-gang. Dat klinkt misschien klein maar het was het niet. Overdag zag ik al niets. ’s Nachts voelde ik de nacht. Er is een verschil, ook al zie je in beide gevallen geen hand voor ogen.

De eerste nachten was ik bang. Bang dat er iemand stond. Bang dat er naar me gekeken werd. Mijn hand langs de muur, stap voor stap, en die stem in mijn hoofd die maar bleef waarschuwen voor gevaar.

Ik kon het niet controleren. Er was geen lichtknopje, geen zekerheid, geen ontsnapping. Het enige wat hielp was loslaten. Volledig overgeven aan het niet-weten.

Dat is iets wat ik leerde in het donker. Niet mediteren, niet denken. Overgeven. Aan wat er is, ook als je het niet kunt zien.

Karig en toch vol

Twee keer per dag bracht ze eten, mijn care keeper. Pap met wat fruit, een soepje. Een boterham met kaas, een quiche in de avond. Basic, meer niet. Maar ze deed er altijd iets extra’s bij. Wat tomaatjes. Een koekje. Zo’n klein gebaar in het donker, van iemand die ik niet kon zien maar wel kon voelen. Ik vond het enorm lief. Troostend. Alsof ze zei: ik zie je en zorg voor je.

Wat er daarna gebeurde

De dagen vervaagden in elkaar. Slapen, mediteren, denken. Mijn lichaam bepaalde het ritme, niet de klok.

En toen, op een moment dat ik niet meer kan plaatsen in de tijd, groeide ik buiten mijn lijf. Ik zag sterren en bewoog er doorheen. Ik praatte met iets. Of iemand. Ik noem het mijn ziel, mijn hogere ik, mijn echte zijn. Woorden schieten tekort maar het klopte volledig.

En het grootste inzicht? Zo simpel dat ik er bijna om moest lachen.
Ik ben goed. Ik hoef niemand iets te bewijzen.

Dat wist ik al. Echt waar, dat wist ik al lang. Maar er is een hemelsbreed verschil tussen iets weten en iets voelen in je lijf. Dit voelde ik in iedere cel van mijn lichaam. Die zekerheid, zo stil en zo volledig.

Opnieuw geboren

Vrijdagochtend was het zover. Geblinddoekt werd ik naar buiten gebracht. Ik ging zitten op een stoel. Het bos om me heen, de lucht boven me. En toen deed ik de blinddoek af.

Met gesloten ogen nog. Het licht straalde door mijn oogleden heen. Zo intens dat ik begon te huilen voor ik ook maar iets had gezien. Tranen gewoon, vanzelf.

Langzaam gingen de ogen open. En alles straalde. De bomen. Het gras. De lucht. Alsof ik voor het eerst zag wat er altijd al was. Het was alsof ik opnieuw geboren werd.

Ik ben even blijven zitten. Keek in de ogen van mijn care keeper en zag haar stralende blauwe ogen nu pas echt.

Thuis

Peter kwam me halen. God wat hou ik van die man. Eenmaal thuis met Teun geknuffeld, ook hem zag ik dieper. De ziel achter het kind. Mijn lief kind waar ik intens van hou. Ik ben gaan schilderen, heb in de tuin gewerkt, weinig gepraat. Mijn lichaam wist wat het nodig had om te landen.

Wat ik meeneem is geen grote openbaring. Geen mystieke belofte. Gewoon dit: Ik ben goed en zo ontzettend oké met mezelf. Het maakt niet uit waar ik ben, wat ik doe, wie me leuk vind of juist niet.

Ik hou van mij en daarom hou ik nog meer van alles wat is.

Ik ben onderdeel van alles. Mijn omgeving is mij en ik ben mijn omgeving. Ik herken mezelf in alles en iedereen. Liefde.

Dat is genoeg. Meer dan genoeg.

Liefs, Andrea